Over Agnes (Agniese) van Leeuwenberch (ca 1500-1562)

Er is vrij weinig bekend over Agnes van Leeuwenberch, maar wél is duidelijk uit de zeer beperkte informatie over haar leven dat zij buitenmate stellig was over de nalatenschap van haar aardse bezittingen. Die mochten alleen worden aangewend tot stichting van een gasthuis voor zieke, zwakke, bedlegerige en van peste bevanghen arme mensen, zowel mannen als vrouwen.

Het gasthuis, eind achttiende eeuw
Het gasthuis, eind achttiende eeuw

Het geslacht Van Leeuwenberch stierf in begin zestiende eeuw vrijwel geheel uit. Door alle erfenissen die Agnes verwierf, stierf zij als een rijke weduwe. In 1566 ging de uit haar nalatenschap opgerichte broederschap van start met een nieuw gasthuis voor de verpleging van met name pestlijders. Al sinds de veertiende eeuw maakte de ‘Zwarte Dood’ * veel slachtoffers. Leeuwenbergh kwam bewust aan de toenmalige buitenkant van de stad: een pesthuis moest namelijk zo afgelegen mogelijk liggen (zie ook het artikeltje van op de website van de tv-serie Verre Verwanten aan het Utrechtse ‘Agnesklooster’ is gewijd). Toen halverwege de zeventiende eeuw het gevaar voor de pest was geweken, werden er ook lijders aan andere besmettelijke ziekten opgenomen.
Begin negentiende eeuw ging dit gasthuis een samenwerking aan met het fonds van het andere ziekenhuis in Utrecht, het St Catharijne-gasthuis om samen het Algemeen Ziekenhuis in de stad te vormen: het voormalige AZU.

De naam Leeuwenberch leeft tot op de dag van vandaag voort in de Utrechtse straat die naar haar vernoemd is en in het oorspronkelijke gasthuis aan het Servaasbolwerk, dat lange tijd in gebruik is geweest als kerkgebouw van de vrijzinnig-protestantse Leeuwenbergh-gemeente. Het gebouw wordt nu beheerd door de Leeuwenbergh-stichting en is in gebruik als tentoonstellingsruimte, concertzaal of af te huren ruimte voor bruiloften en partijen.

Leeuwenbergh
de huidige Leeuwenberghkerk

Sinds 2004 is Agnes’ volledige naam weer opgestaan in de Stichting Agnes van Leeuwenberch, dankzij een initiatief van een dame die een aantal kenmerken met de historische Agnes deelt. Henny van den Nagel, om wie het hier gaat, is net als Agnes – toen zij de beslissing over haar nalatenschap nam – niet meer piepjong. En net als Agnes beseft ook Henny dat het besteden van fondsen aan zwakkeren in de samenleving deze als geheel sterker en gezonder maken.
Een opvallend verschil tussen de beide dames is dat Agnes besloot haar bezittingen na haar dood aan dit doel te besteden en Henny nog tijdens haar leven deze droom wil verwezenlijken. De huidige stichting Agnes van Leeuwenberch richt zich niet op opname en verzorging van zieken. In het pand van de stichting, Huize Agnes, verblijven vrouwen en kinderen die zonder verblijfspapieren in Nederland zijn terechtgekomen. Deze mensen leiden door politieke en economische wantoestanden, oorlog en mensenhandel een kwetsbaar en onzeker bestaan. Juist voor vrouwen en kinderen is dit bestaan gevaarlijk en kan traumatisch uitwerken, omdat zij de meest kwetsbare zijn van de groep mensen zonder papieren. Veiligheid en rust kunnen hun helpen hun leven op orde te brengen en nieuwe perspectieven te bieden voor de toekomst. Dit is precies wat Huize Agnes biedt.

* Er bestaat nog steeds onduidelijkheid over de identiteit van de ziekte die aangeduid werd met de naam ‘Zwarte Dood’. Algemeen wordt aangenomen dat het om de builenpest ging, maar dat is allerminst zeker.
In oktober 2011 werd ontdekt van de ziekteverwekker de bacterie Yersinia pestis zou kunnen zijn. Dit is vastgesteld op basis van DNA-onderzoek. Kijk hier voor meer informatie (artikel in het Engels) .

Tekst: Marieke

Een gedicht, een elf (*), voorgedragen door een zichtbaar bewogen Henny van den Nagel ter gelegenheid van de kennismaking van stichting Agnes van Leeuwenberch met haar naaste buren en de opening van huize Agnes op 11 oktober 2006:

,Agnes,
,bewogen vrouw,
,voorbeeld voor Utrechters,
- maakte plaats voor misdeelden -
.…Agnes…

 

(*) De dichtvorm elf werkt niet met lettergrepen, maar met woorden.
      Een elf bestaat uit elf woorden, als volgt verdeeld over de regels: 1-2-3-4-1.